×

Upstairs Downstairs (2015)

fragment uit toneelstuk

Paula jonge, werkende moeder
Irma hulp in de huishouding bij Paula

In dit fragment vertelt Paula vertelt over Michel, de docent van haar schildercursus.

 

PAULA
Weet je wat leuk is aan Michel… hij brengt elke dag de post rond. Dat is zijn werk. Hij zou veel meer kunnen, maar dat is wat ‘ie doet. De rest van de tijd schildert hij, hij wandelt veel of hij is thuis wat aan het rommelen. Hij zegt dat ‘ie weinig nodig heeft. En twee dagen per week werkt ‘ie vrijwillig bij de voedselbank.

IRMA
Is ‘ie alleen?

PAULA
Ja.

IRMA
Dan is je leven niet duur.

PAULA
Als we bij de cursus zijn, en de avond is afgelopen, en we staan bij de fiets, dan praten we nog wat met elkaar. Maar op een hele andere manier dan hoe ik het ken. Als ik vraag hoe het met hem gaat, dan vertelt ‘ie niet wat ‘ie allemaal aan het doen is, maar praat ‘ie over een vogel die hij heeft gezien, of over het gezicht van een zwerver die hij tegenkwam bij de voedselbank.

IRMA
Jeetje. Dat is best wel apart. En wat zeg je dan terug?

PAULA
Ja, dan wil ik ook graag dat soort dingen zeggen, dus ga ik niet over mijn werk vertellen, en niet over mijn kind, maar ik zeg bijvoorbeeld dat ik in de auto zat en dat ik naar de wolken keek of naar alle lijnen en strepen op de snelweg en dat ik daar ik daar iets bijzonders in herkende.

IRMA
Wat dan?

PAULA
Ja, geen idee, ik probeer ook maar iets.

IRMA
Ik zou het er behoorlijk zenuwachtig van worden.

PAULA
Ja, dat word ik ook, Irma. En tegelijk wil ik niet dat het stopt. Vind ik het jammer als ik dan weer terug op de fiets naar huis zit.

IRMA
Oh, ik snap het best hoor.

PAULA
Mijn leven is hier, met mijn gezin. Dat zou ik nooit anders willen, begrijp me goed. Maar toch, de laatste maanden deel ik mijn leven in in twee helften. De ene helft is eigenlijk alles: Vincent, Floris, mijn werk, mijn vriendinnen, mijn familie, mijn laptop, de winkels, mijn vrije tijd, alles. En de andere helft, dat zijn die paar minuten elke week na afloop van de cursus, buiten bij het fietsenrek.

IRMA
Ik weet niet of dat wel zo goed is, om zo op die manier, met die twee helften enzo…

PAULA
Dat soort dingen ga je bedenken als je opeens alleen bent. Loop ik door het huis. Overal is het stil. Sta ik bij de wasmachine. Ga ik mij dingen afvragen. Wie ik ben. Wie ik vroeger was, voor Vincent en Floris.

IRMA
Ach, lieve schat, dat zijn ook wel hele moeilijke vragen.

PAULA
Het gaat vanzelf.

IRMA
Niet te vaak doen, hoor. Word je helemaal tureluurs van.

PAULA
Ik weet het, Irma, maar als ik nou heel eerlijk ben naar mijzelf… als ik alle afleiding om mij heen wegdenk, de gezelligheid van mijn zoon, het rondrennen van hem door het huis, zijn vieze en zijn schone kleren, en als ik mijn man zou wegdenken, zijn ogen, zijn lichaam, hoe hij mij soms vastpakt, zijn nerveuze trekjes, en mijn werk, wat de hele dag in mijn hoofd doorgaat…

IRMA
Dan zijn toch allemaal fantastische dingen…

PAULA
Ja, maar als ik dat nou even allemaal wegdenk…

IRMA
Waarom zou je dat in vredesnaam wegdenken?

PAULA
Ik wil dat gewoon. Het is helemaal niet leuk. Maar ik wil het gewoon even wegdenken, ja?

IRMA
Hoezo?

PAULA
Gewoon!

IRMA
Oké, nou ja, als jij dat wilt.

PAULA
Ik wil weten wat er, als er helemaal niks meer om mij heen zou zijn, wat er dan nog van mij overblijft.

IRMA
Hoe kun je dat nou weten?

PAULA
Ik moet het weten. Denk je eens in Irma, dat jouw man en je dochter, en al je buren…

IRMA
Dat hoef ik niet te weten. Oké? Doe het maar bij jezelf, laat mij met rust.

PAULA
Of dat je geen werk zou hebben.

IRMA
Het schoonmaken bedoel je? Elke dag andermans smerigheid opruimen? Nou, als ik eerlijk ben, Paula, dat zou ik prima kunnen missen.

PAULA
Maar dan zou je toch niks om handen hebben? Je zou je dood vervelen.

IRMA
Ik zou genoeg kunnen bedenken, hoor.

PAULA
Waar het mij om gaat, als ik diep bij mijzelf naar binnen kijk, en er is alleen dat, en verder helemaal niets… wat stel ik dan eigenlijk voor?

IRMA
Je moet dat niet doen. Het is juist die man van je, je zoon, je werk, je huis, je buurt, je hobby’s, alles wat je de hele dag doet, dat is wat je bent.

PAULA
Dat is niet waar.

IRMA
Dat is wel waar. Wat jij nu doet, is levensgevaarlijk. Ik word er gewoon benauwd van.

PAULA
Toen ik gister bij de wasmachine stond en de schone was eruit haalde, toen had ik opeens sterk de indruk dat mijn leven net zoveel waard is als een onduidelijk propje papier dat toevallig op straat terecht is gekomen en maar een beetje rond waait, door alle straten.

IRMA
Hè getverdemme. Wil je nu ophouden? Dat is toch helemaal niet waar? Kijk nou eens naar jezelf.

PAULA
Ja, dat heb ik juist gedaan.

IRMA
Ik zie een heerlijke jonge meid.

PAULA
Ik zie dat niet.

IRMA
Kom nou eens, hier.

PAULA
Hoe bedoel je?

IRMA
Gewoon, wat ik zeg. Kom eens hier. Laat me je even stevig knuffelen.

Irma houdt haar vast.

IRMA
Doe ik ook altijd bij mijn dochter als ze verdriet heeft.

PAULA
Het is niet perse verdriet, het zijn meer een aantal vragen…

IRMA
Jawel, het is verdriet wat jij hebt. Je zou een goede huilbui moeten hebben. En het liefst nu in mijn armen. Dan kun je getroost worden. Door mij.